Vorige week dinsdag, 14 februari, vond op het gemeentehuis in Horst een themavergadering plaats over intensieve veehouderij. In deze agrarische gemeente een belangrijk thema, omdat we veel intensieve veehouderijen hebben en er steeds meer burgerinitiatieven ontstaan die aangeven dat ze een andere invulling rond dit beleid willen.
Dit was te zien aan het aantal mensen dat de avond bezocht. De politieke tribune heeft zelden zo vol gezeten. Er waren verschillende groepen aanwezig. Zowel belangengroepen, ondernemers, als individuen gingen de discussie met elkaar aan over wat we als gemeente moeten doen met mest­verwerking en ruimtelijke ordening.

Wat voor D66 belangrijk is, is dat we als gemeente Horst aan de Maas tot een visie komen met wat we met de IV willen. Nu ontbreekt die, en hebben we als enige maat de ‘Horster Maat’, die inhoudt dat een veehouderij tot 1,5 hectare uitgebreid mag worden. In onze ogen geen goed uitganspunt, omdat dat niets zegt over dieraantal, geur-, fijnstof- of ammoniakoverlast.

Om tot een gemeentelijk gedeelde visie over de intensieve veehouderij te komen zijn we benieuwd naar de visies hierover van alle partijen. We hebben ook zelf enkele keren de uitdaging gekregen met een visie te komen, met name door het CDA. Dat diezelfde partij een van de partijen is die ons idee dat alle fracties hun visie zouden verkondigen tegenhield, vinden we dan ook vreemd. Doe die uitdaging dan ook niet.

Sterker nog, het lijkt ook niet of deze partij zelf een visie heeft. Ze heeft tot nu toe stelselmatig vermeden haar positie openlijk aan te geven over hoe ze de gezondheid van de omwonenden gaat beschermen en de boer volop ruimte gegeven. Door het uiten en het creëren van een gezamenlijke visie kun je als raad stappen gaan zetten en weten onze inwoners waar ze aan toe zijn.

Dat sommige inwoners nu al meer dan 10 jaar een groot deel van hun tijd steken in procedures rondom vergunningen en bestemmingsplannen die telkens opnieuw beginnen, kan niet. Voor de boeren geldt precies hetzelfde.

Jim Weijs