Afgelopen zaterdag bezochten we met een kleine afvaardiging van de raad en college het windmolenpark van Neer. Een van deze windturbines is eigendom van een coöperatie van inwoners van de regio die samen achter de turbine staan en daar dus ook de opbrengsten van krijgen. De rest is in handen van een Japans bedrijf.

Als D66 zetten we volop in op duurzaamheid en daar hoort duurzame energie uiteraard bij. Windmolenparken zijn een stap in de goede richting, waarbij andere initiatieven in onze gemeente, zoals geothermie, dat ook zijn. Als we als gemeenteraad aan zet zijn om een windmolenpark met negen windmolens in het Greenport gebied (weliswaar Venloos grondgebied) te laten vestigen, zullen we dan ook zeker enthousiast zijn. Voor omwonenden van het gebied kan het echter minder leuk zijn. Windmolens kunnen geluids- of zichtoverlast veroorzaken en negatieve gevolgen hebben voor de leefomgeving van dieren. Die zorgen begrijpen we: omwonenden moeten inspraak krijgen. Daarnaast is voorlichting over de kansen die windmolens bieden noodzakelijk. Coöperaties zoals Reindonk Energie zetten zich in windmolens te verkrijgen zodat de gemeenschap daar eigenaar kan van worden en iedereen, zeker ook de omwonenden, er profijt van kunnen hebben door de opbrengsten die de windmolens opleveren. Zaak is wat D66 betreft dan wel te zorgen dat de overige molens geen eigendom worden van buitenlandse bedrijven, maar dat de hier opgewekte energie in Nederland blijft. We plaatsen immers geen windmolens in ons land om energie voor elders op te wekken.

Jim Weijs,
D66 Horst aan de Maas